FairPen Blog
Het schoolhek van Gulu
Gulu Secondary School (Gulu SS) heeft een hek. Er is een ‘vóór het hek’ en een ‘achter het hek’ en daar tussenin staat de conciërge, een machtig en alom gerespecteerd man. Hij wikt en beschikt, of de leerlingen er in of er uit mogen en dat mag lang niet altijd. Behalve leerlingen vermanend toespreken is zijn belangrijkste taak de poort op en van het hangslot te doen. Hij kent –daar lijkt het althans erg veel op- alle 2000 leerlingen!
Te laat
De logica achter het systeem is me nog niet helemaal duidelijk. Naar wat ik begrijp staan er heel veel om verschillende redenen buiten het hek: ze zijn te vroeg en wachten op hun les, ze hebben hun schoolgeld nog niet betaald, of ze zijn te laat. Vooral te laat. Iedereen is te laat in heel Afrika. (dus bestaat er geen te laat), maar op scholen wordt te laat zijn niet geaccepteerd en vooral docenten moeten het goede voorbeeld geven. Officieel dan. Officieel begint de school dus om half acht. Dat wil zeggen dat er om kwart over 8 een handje vol leerlingen zit te wachten op ons. De docenten die het goede voorbeeld moeten geven zijn er soms wel en soms niet en zo tegen negenen gaan we besluiten of we nu echt gaan beginnen.
“Ik snap het niet”, zeg ik tegen Engels docent John, “we zijn hier nu met ons achten, maar we moeten met ons vijftienen zijn. Waar zijn ze dan? “
“Buiten het hek”, zegt John.
“Huh, hoezo?”
“Ze zijn te laat”.
“Ooh, maar moeten we ze dan niet halen of zo?”
“Ik haal ze wel even”, zegt John.
Of het nou de onwil van de conciërge is, een zware straf om buiten het hek een beetje hangjeugd uit te hangen, ik weet het niet… maar straf, ben ik achter gekomen, krijgen ze ook, groepsgewijs, want er zijn altijd heel veel laatkomers. Met de ijzeren hockeysticks die ik voor sportartikelen aanzag (en misschien zijn ze dat óók) maaien ze het gras…
In ieder geval kent Gulu SS inmiddels een echte ‘newsroom’. In één van de noodlokalen oftewel een uit houten planken opgetrokken klasje met een blikken dak waar hier en daar gaten in zijn gevallen, spelen wij journalistje. Het is een bijzondere newsroom, niet in de laatste plaats vanwege de ongeveer 15 leerlingen uit de tweede klas. Hun officiële lessen, beginnen pas in de middag, maar toch komen ze ’s ochtends –zelfs op zaterdagochtend- vrijwillig om aan Fair Pen mee te doen. Soms, als ze wat langer doorwerken tijdens de pauze (ja! Ook dat gebeurt) steken een heleboel andere leerlingen hun nieuwsgierige neus tussen de planken, niet zelden met de vraag of ze óók mee kunnen doen. We hebben er een week theorie en oefeningen op zitten. Vooral voor mij een zaak van vallen en opstaan. Niet door enige didactische kennis gehinderd, moet ik me steeds aanpassen aan een tempo van leerlingen dat volgens docenten heel normaal is. Soms heb ik de indruk dat ze helemaal niets oppikken en dat het nooit meer goed komt, maar dan opeens hebben ze een soort groeispurt en gaan ze als een speer vooruit.
De hoofdredacteur
Na een weekje theorie en oefeningen, vormen ze nu een echte redactie. Ze zitten in houten banken die ze in een vierkant tegenover elkaar hebben gezet. Aan het hoofd zit Deo: de hoofdredacteur, bijgestaan door adjunctredacteur Beatrice. Deo weet niet zo goed wat hij er mee aan moet. Hij is niet de meest briljante geest van de klas, maar hij is nu eenmaal gekozen. Hij is een slungelachtige verschijning met lange armen en benen die alle kanten opzwiepen en op zijn rug draagt hij een rugzakje met geborduurde bloemen -tweedehands uit Oostenrijk of zo- dat hij eigenlijk nooit afdoet. Op onze scholen misschien niet zo cool, maar daar zijn deze leerlingen niet zo mee bezig: ze zijn al lang blij áls ze een rugzak hebben.
Deo ondertussen kijkt zijn docenten stralend aan . “Wat moet ik doen?”
“Jij bent de baas, Deo, dus begin maar….”
“Maar”, protesteert hij. Hij kijkt Beatrice, hoopvol aan. Beatrice heeft een lief open en lachend gezicht dat in een onbedaarlijk gegiechel uitbarst als ik wat tegen haar zeg of haar alleen maar aankijk. Nu kijkt ze Deo afwachtend aan.
“Wat was jullie huiswerk?” helpen we ze op weg.
Vingers van 13 reporters gaan omhoog.
“Onderwerpen voor de nieuwsbrief bedenken”.
“Juist, dus begin maar…”
“People, listen…. “ begint Deo. En dat doen zijn werknemers. Ze zijn uiterst behulpzaam. Ze vullen Deo’s opmerkingen aan, ze geven hem suggesties. Totdat Deo zich weer naar ons toedraait.
“Ze zeggen dat ze nog geen onderwerpen hebben. Wat moet ik nu doen?”
“Dat weet ik niet, Deo, jij bent de hoofdredacteur”
Diepe zucht, maar dan begint hij weer dapper overnieuw. Tijdens de theepauze om half 11 komt hij naar me toe:
“Ik heb een probleem”, zegt hij. “Omdat ik de baas ben, willen ze nu dat ik hun eten en thee betaal. Wat moet ik nu doen?” Arme Deo
“Dat hoef je niet te doen, hoor”, zeg ik, “Zo heel erg de baas ben je nu ook weer niet”.
En zo gaan we voort. Nogmaals met vallen en opstaan. Op de tweede maandagochtend raak ik in paniek: ze zitten er als een stelletje zoutzakken bij, typische gevallen van maandagochtendblues. Maar na de pauze hebben ze ineens weer zo’n groeispurt en zijn ze als gekken bezig met schrijven en tekenen. Toch dringt de tijd, de nieuwsbrief moet woensdagochtend worden afgerond. Dus belooft iedereen, inclusief de docenten, de komende dagen heel erg hard te gaan werken.
Dinsdagochtend 8 uur. Nietsvermoedend loop ik het terrein van de school op. Ik kom de directrice tegen en trek snel een bloesje aan voordat ze zegt dat ik mijn bloesje moet aantrekken (blote schouders mag niet in school!).
“Goedemorgen mevrouw, hoe gaat het met u?”
“Prima, uw groepje zit al op u te wachten.”
“Goh, zijn ze er dan allemaal. Wat zijn ze goed, hè?”
De directrice knikt me minzaam toe en vervolgt haar weg. Ik kom in het lokaaltje en zie vier Fair Pen studenten.
“Oké”, begin ik, “richt de newsroom maar in”
Deo haalt zijn schouders op. “We zijn maar met heel weinig”, zegt hij.
“Ja, maar ze komen toch nog wel?”
“Nee, want het is een nationale vakantiedag.”
“Wat? Dat is een grapje.”
Ik loop naar buiten en klamp mentor George aan.
“Ja”, bevestigt hij. “De president heeft vanochtend op de radio aangekondigd dat het een nationale vakantiedag is, dus we gaan nu allemaal weer naar huis.”
“Maar waarom dan?”
“Voor de moslims is het ’t einde van de ramadan. De president heeft besloten dat hij de moslimgemeenschap niet voor het hoofd wil stoten. Dus vandaar….”
Dat zou Balkenende eens moeten proberen. Kijken wat Wilders dan doet!
“Had hij dat niet eerder kunnen beslissen?”
Nee dus. Ik heb bedongen dat we woensdag, morgen dus, in plaats van een halve dag een hele dag er hard tegenaan gaan en dat er aan het eind van de dag een nieuwsbrief ligt. President of geen president.