FairPen Blog
Vanuit GuluHoofdpagina-nieuws in Uganda: in 53 koeien gisteren is de bliksem geslagen. Ze waren op slag dood. Verder was er niets beschadigd. In de laatste alinea van hetzelfde bericht stond dat op een school een tiental leerlingen ook door de bliksem was getroffen. Ze waren zwaar gewond naar het ziekenhuis afgevoerd. De prioriteit in het bericht ging toch duidelijk uit naar de koeien in plaats van naar de kinderen. Dat werd nog eens geïllustreerd door een kleurige foto van het dode vee op de voorpagina. Was het omdat ze dood waren? Omdat koeien zo belangrijk zijn in Oeganda? Of vanwege het bizarre feit dat er 53 koeien door één blikseminslag werden neergemaaid? Het stond wel niet in de krant, maar er werd druk gespeculeerd over hekserij, zwarte magie en kwade geesten.
Afijn, het is regentijd en Fair Pen beleeft zijn eerste weken in Oeganda. Hanneke en ik hebben tijdens het Sharing Schools festivalweekend -13 en 14 september in Kampala- waarbij o.a. onze pilotscholen bij elkaar kwamen, de docenten een workshop gegeven over hoe ze hun leerlingen kunnen begeleiden. Vervolgens zijn we naar het noordelijke Gulu afgereisd, waar we nu de eerste week Fair Pen training aan een twintigtal leerlingen uit de ‘senior 2’ , de tweede klas dus, erop hebben zitten. Hanneke heeft vanochtend de bus terug naar Kampala genomen en vliegt vrijdagavond weer naar Nederland. Ik sta er nu samen met de plaatselijke docenten alleen voor. De leerlingen in deze tweede week vormen een redactie, overleggen en gaan op reportage. Volgende week moet er een nieuwsbrief liggen. Veel dingen zijn nieuw voor ze. Ze groeien niet, zoals bij ons, met het fenomeen media op: zeker in het door oorlog geteisterde noorden van Oeganda is er nagenoeg geen televisie en krant! en zijn te duur. Maar ze pikken dingen snel op, komen met ideëen, begrijpen inmiddels het verschil tussen objectief en subjectief, tussen meningen en feiten en werken samen. De jongens zijn net zulke slungels als hun leeftijdsgenoten overal in de wereld en de meisjes giechelen wat af.
Maar net zoals in het nieuwsbericht over de 53 koeien en de zwaargewonde leerlingen is er tussen hen en ons verschil in perspectief. Op de vraag, de eerste dag, wat ze wilden weten over een krant stelden ze vragen als: ‘hoe worden kranten getransporteerd’ en ‘met welke machines worden ze gemaakt’. Meer bijzonder werd het toen we ze vroegen waarom informatiebronnen belangrijk zijn voor een journalist. Een groepje schreef op: ‘bronnen zijn belangrijk voor een journalist omdat ze hem carrièrekansen bieden’. De vraag naar nadere toelichting, werd aanvankelijk beantwoord met gegrinnik en gegiechel. Totdat een slimmerik zei: “Als je met heel veel mensen praat, kom je makkelijker aan een baan”.
“Maar je hoeft geen baan te zoeken”, reageerde de docent, “want je hebt dan al een baan.”. “Ja, maar als je een goed verslag schrijft, kun je het ook goed verkopen en veel geld verdienen. Daar heb je die bronnen voor nodig”.
Dat een opinie een mening of een zienswijze van iemand is, begrijpen de Fair Pen pupillen ook. Maar over het waarom van een mening, dáárover zijn de meningen verdeeld en voor ons westerlingen soms wat criptisch. Zo merkte iemand op dat het hebben van een mening belangrijk is voor het ontwikkelen van nationale gevoelens. Het had wat uitleg van Engels docent John nodig voordat ons duidelijk werd wat ze hier in vredesnaam mee bedoelden.
“Ze hebben allemaal veel bewondering voor Europa”, zei hij. “Oeganda is vergeleken bij Europa niets. Maar als wij nou nationale gevoelens voor Oeganda ontwikkelen en trots zijn op ons land, dan wórden we iemand. Dat denken ze.”
Last but not least werden we zelf geïnterviewd. In Kampala na het overigens zeer geslaagde festival (wat kunnen die jongeren dánsen!!!), manifesteerde zich Johnny –jong en ambitieus- van de Red Pepper. Red Pepper is eigenlijk een boulevardblad, maar, zo wist Johnny te vertellen, tegenwoordig krijgt het serieuze trekjes. Hij vroeg een blaadje en een pen te leen en stelde vragen als: “Gaat Fair Pen beurzen geven aan ons studenten”en “Hoeveel hebben de computers gekost die Fair Pen voor de scholen heeft gekocht?” “Pff… dat weet ik niet precies”. “Graag toch een antwoord”, drong Johnny aan, “dat zijn nou typisch de dingen die onze lezers willen weten”. Hij luisterde verder heel aandachtig en af en toe ook helemaal niet als hij vanuit zijn ooghoeken wat zag gebeuren dat hij opeens veel belangrijker vond. Dan draaide hij zijn rug naar me toe en moest ik hem even op de schouder tikken om hem bij de les te houden. De afleiding die hem geboden werd loog er ook niet om: de Oegandese nationale televisie had zich inmiddels ook gemeld in de vorm van een journalist die Hanneke onder vuur nam met zakformaat camcorder. We weten niet of het is uitgezonden.
Maar Johnny schreef zijn stukje, dat, hoewel behoorlijk in omvang, qua inhoud nergens naar smaakte, laat staan dat het klopte. De avond van publicatie belde hij me op. Of ik het had gelezen en wat ik er van vond….
“Nou Johnny, er zaten toch een paar foutjes in, ben ik bang”.
Stilte. “Maar vind je het goed?”
“Dat zeg ik net: er zaten wat foutjes in….”
Johnny ging er verder niet op in. In plaats daarvan kondigde hij aan dat hij een serie over Fair Pen wil maken en hoe ik me zoal door het land beweeg. Of ik in Kampala weer contact met hem wil opnemen. “Ik ga jullie helemaal promoten”, riep hij enthousiast uit.
Wordt vervolgd.